Houteigenschappen - introductie

Houtanatomie
Houtverzamelaars verzamelen hoofdzakelijk monsters van gewassen uit de groep der zaadplanten, de SPERMATOPHYTA. Dit kan zowel naaldhout (Gymnospermen), als loofhout (Angiospermen) zijn. Maar ook andere houtachtige monsters van gewassen die afkomstig zijn van de groep éénzaadlobbigen (Monocotyledon) waartoe palmen, lelieachtige en grassen behoren. Ook varens kunnen houtige delen voortbrengen.

Hout is echter opgebouwd uit diverse soorten weefsel, die je moet kunnen herkennen en benoemen om een bepaalde soort te kunnen bestemmen. Weefsel wat bij de ene soort overvloedig voorkomt en een belangrijk kenmerk is, kan bij een andere soort geheel ontbreken. De juiste kenmerken zien, benoemen en beschrijven is voor determinatie het belangrijkste.

Houtsoorten kunnen op het eerste gezicht heel sterk op elkaar gelijken, maar de anatomische houteigenschappen kunnen aanzienlijk verschillen. Mensen die dagelijks met een beperkt aantal houtsoorten te maken hebben, zullen doorgaans deze soorten kunnen bepalen, door ze te bekijken en te voelen. Zit hier echter een houtsoort bij, met gelijkende eigenschappen vertoond, maar van een geheel ander soort is, dan zou deze ten onrechte voor de bekende soort worden aangezien. Kijk je met de loep op een goed snijvlak, dan kan je zo’n fout meestal meteen herkennen. Bekijk je een microscopisch preparaat, dan kan je zulke fouten zo goed als uitsluiten. Sommige houtsoorten zou je na determinatie in groepen onderbrengen (denk hierbij aan de Meranti -, Balau – of Bankiraigroep, rood eiken of wit eiken), die per groep gemeenschappelijke eigenschappen bezitten die moeilijk zijn te onderscheiden, andere zou je tot op de soort kunnen bestemmen.

Het doel is, dat hier de belangrijkste houtanatomische eigenschappen te tonen, die je bij het leren zien van bepaalde eigenschappen behulpzaam zullen zijn.

Het leren determineren is gemakkelijker in een groep dan alleen. Discussies over datgene wat je ziet en of je het juist interpreteert, leveren in een groep betere resultaten op, dan wanneer je alleen aan het determineren gaat. Oefening baart kunst, zonder herhaling en oefening blijft determineren een lastige zaak. Als je dat wat je ziet ook kan benoemen en beschrijven ben je al een heel stuk op de goede weg.

Veel plezier bij het herkennen van bepaalde eigenschappen. Oefenen, oefenen, oefenen!