Staal No. A043:Wilgen
Botanische naam:Salix sp. voornl. S. alba L.
Familie:Salicaceae
Nat. verspr. geb.:Europa, N Afrika, M-Azië
Herkomst monster:Nederland
Vol. massa:460 kg/m3
Andere namen:Weide (D.); willow (Eng.); saule (Fr.)
Algemeen:De toepassing van wilgen wordt beperkt door het feit, dat het hier te lande weinig in voldoend grote afmetingen wordt aangetroffen. Het jonge hout wordt voor stelen van landbouwgereedschappen gebruikt, terwijl het rijshout in de mandenmakerij, voor gevlochten zweepstelen en vooral voor zinkstukken in de waterbouw wordt toegepast.
Techn. gegevens:Het is een zeer lichtbruine tot roodachtige houtsoort met een lichter gekleurd spint, die weinig werkt en boven de grond duurzaam is. Het hout is licht, zeer zacht en taai, gemakkelijk te splijten en te buigen, tamelijk fijn van nerf en recht van draad en zeer homogeen van bouw.
In vele opzichten vertoont het overeenkomst met populierehout (zelfde familie); microscopisch is het daarvan te onderscheiden door de bouw der mergstralen.
Gebruik:Vooral voor klompen, die "warmer" heten te zitten dan die van populierehout; wegens de gemakkelijke splijtbaarheid voor houtspaanwerk zoals mandjes voor aardbeien, zeefranden enz. Het is bijzonder geschikt voor tekenborden en verder bruikbaar voor blindhout in de meubelindustrie, voor kisten, houtwol en papier. De molenmaker gebruikt het graag voor vangstukken daar het een groot remmend vermogen heeft.
Speciale toepassing: Eén variëteit: Salix alba L. cv calva G.Mayer [= S. alba var coerulea (Sm.) Sm.] wordt in Engeland onmisbaar geacht voor de vervaardiging van cricket-bats.
Opmerking:Herdrukt mei 1958
[pakket 26, begin 1951]

afdrukken        venster sluiten