Staal No. 0990:Tibetaanse meelbes
Botanische naam:Sorbus thibetica (Cardot) Hand.-Mazz. var. ?John Mitchell?
Familie:Rosaceae
Nat. verspr. geb.:Oostelijke Himalaya tot Birma
Herkomst monster:Arboretum 'Trompenburg', Rotterdam
Vol. massa:650 kg/m3
Andere namen:Tibetan whitebeam (Eng.), Kang zang hua qiu (China)
Algemeen:Het geslacht Sorbus bestaat uit twee groepen, de sectie Aria, de Meelbessen, met enkelvoudig blad, en de sectie Aucuparia, de Lijsterbessen, met samengesteld blad. Sorbus thibetica is van de eerste groep de soort met de grootste bladeren (tot 150 mm). Het is een
boom van doorgaans 7 - 10 m hoog (maximaal 20 m bij 15 m breed) met stijve, rechte takken.
Techn. gegevens:Het hout is vuilwit met een rozig bruine gloed, kernhout, wat zich in deze boom (nog) niet had gevormd, is iets donkerder. De draad is recht, de nerf is zeer fijn. Het droogt goed, zonder veel vervorming. Eenmaal droog is het zeer stabiel. Het is tamelijk hard, maar goed te bewerken en glad af te werken. Het is in veel opzichten vergelijkbaar met Peren. Het hout is niet duurzaam.
Gebruik:Van enig gebruik in zijn groeigebied is niets bekend, alleen dat de vruchten eetbaar zijn, zij het met mate (blauwzuur!). Het hout kan voor dezelfde toepassingen dienen als dat van de Wilde lijsterbes (Neh. nr. 969): draaiwerk, snijwerk, handvatten, kleine werkstukken, brandhout.
[pakket 115, juni 2006]

afdrukken        venster sluiten