Staal No. 0986:Kurkeik
Botanische naam:Quercus suber L.
Familie:Fagaceae
Nat. verspr. geb.:Westelijk Middellandse Zee gebied (Port. Sp. Fr. It. Tun. Alg. Mar.)
Herkomst monster:Algarve, Portugal
Vol. massa:800 - 1000 kg/m3
Andere namen:Sobreiro (Port.), Sughera (Italiƫ)
Algemeen:Een boom van 15 - 20 m hoog met een vaak noestige stam en verwrongen takken die een wijde kroon dragen. Stam en takken vormen een dikke schors, die met intervallen van circa 10 jaar wordt afgeschild en bewerkt t.b.v. de kurkindustrie.
Techn. gegevens:Het licht- tot donkerbruine kernhout steekt niet of nauwelijks af tegen het spint. Wel neemt de kleur van het hout in de stam naar buiten toe geleidelijk af. In sommige bomen is het hout in de kern zelfs bijna zwart. De draad is vaak golvend, de nerf tamelijk grof. Dit komt voornamelijk door het grote aantal brede stralen, want het hout is niet ringporig. Het scheurt gemakkelijk tijdens het drogen. Het is hard, sterk en splijtvast, maar niet duurzaam: het wordt gemakkelijk door schimmels en insekten aangetast. Het is niet gemakkelijk te bewerken. Hout van bomen die gebruikt zijn voor de kurkproduktie vertoont vaak wondweefsel, periodieke terugval in de jaarringdiktes en ringscheuren. Hierdoor neemt de bruikbaarheid sterk af. Het zou anders veel overeenkomst vertonen met Azijnhout (Quercus ilex, NEH. nr. 110).
Gebruik:Allereerst de boom t.b.v. de kurkproduktie, daarnaast het hout van afgeschreven bomen voor houtskool en brandhout. De betere stukken en de takken ook voor souvenirs.
[pakket ALV, maart 2006]

afdrukken        venster sluiten