Staal No. 0948:Wonderboom (Nl.), Castor Bean (Eng.)
Botanische naam:Ricinus communis L.
Familie:Euphorbiaceae
Nat. verspr. geb.:M.-Oosten, O.- + N.O.-Afrika. Overal in de (sub)tropen aangeplant
Herkomst monster:Algarve, Zuid-Portugal
Vol. massa:450 kg/m3 (luchtdroog, aan het monster gemeten)
Andere namen:Ricinus africanus Willd.
Algemeen:De enige soort in het geslacht (hoewel niet algemeen aanvaard). Een zeer snel groeiende, maar kort levende boom, struik of éénjarige plant tot 3 à 5 m hoog met een stamdiameter tot max. 0,2 m. De takken zijn regelmatig bezet met verspreid staande, zeer grote, handvormig ingesneden bladeren. Alle delen van dit gewas zijn giftig, in het bijzonder de zaden, die de vorm hebben van een boon. Zij bevatten het dodelijke gif ricine, dat bekend staat als het sterkste gif uit de plantenwereld. De boom wordt wel in verband gebracht met het Bijbelverhaal van Jona, vandaar de Nederlandse naam.
Techn. gegevens:Het hout is zeer licht crème-kleurig, zonder onderscheid van spint of kern-hout. De draad is recht (tussen de taksplitsingen), de nerf is matig fijn tot matig grof, Het moet snel worden gedroogd, ter voorkoming van schimmelverkleuring. Door de snelle groei heeft het ook een dik merg, dat hol indroogt bij het ouder worden. Het hout is gemakkelijk te bewerken. Het is niet duurzaam.
Gebruik:De wonderboom wordt wel aangeplant als sierplant. Uit de zaden wordt olie gewonnen (castor olie), die gebruikt wordt als laxeermiddel, bodylotion, smeermiddel (het droogt niet op) en lampolie. Verder o.a. voor de bereiding van zeep, lak en cosmetica. Van gebruik van het hout is niets bekend.
[pakket ALV, april 2007]

afdrukken        venster sluiten