Staal No. 1006:Granaatappel (Nl.), Pomegranate (Eng.)
Botanische naam:Punica granatum L.
Familie:Punicaceae
Nat. verspr. geb.:ZO.-Europa, ZW.-Azië tot aan de Himalaya
Herkomst monster:Algarve, Zuid-Portugal
Vol. massa:860 - 910 kg/m3 (luchtdroog, gemeten)
Algemeen:De granaatappel is samen met de vijg één van de oudste cultuurgewassen. Punica is het enige geslacht in de Punicaceae en heeft 2 soorten, waarvan er slechts 1 algemeen in cultuur is. Het is een tot 4,5 m hoge en 3 m brede struik of kleine boom. De vruchten zijn de bekende rode, tot ca. 120 mm grote, appelachtige bessen met aan de onderzijde het karakteristieke kroontje, dat model stond voor menig koningskroon.
Techn. gegevens:Het licht groen-bruine kernhout steekt niet scherp af tegen het bleekgele spint. De draad is recht tot golvend, de nerf zeer fijn. Het droogt langzaam, krimpt sterk, maar vervormt weinig. Het laat zich gemakkelijk bewerken. Het harde hout is licht geurend en voelt iets olie-achtig aan, mogelijk de reden waarom het moeizaam schuurt, maar het lijmt goed. Het is niet duurzaam en zeer wormgevoelig.
Gebruik:Als haag en de boom om zijn vruchten (dorstlessend sap, bereiding van grenadine, medicinaal t.b.v. de bereiding van een hartversterkend middel en een middel tegen HIV, de bast voor med. alkaloïden en t.b.v. de leerlooierij (in het oude Egypte)). Houtgebruik is bekend van wit inlegwerk in antieke kasten. Het kan goed dienen voor klein draaiwerk.
[pakket ALV, april 2007]

afdrukken        venster sluiten