Staal No. 1010:White Silky Oak, White Yiel Yiel
Botanische naam:Grevillea hilliana F.Muell.
Familie:Proteaceae
Nat. verspr. geb.:Kust van N.-N.S.-Wales en Queensland, in subtropisch regenwoud
Herkomst monster:Royal Botanical Gardens, Edinburgh (G.B.)
Vol. massa:850 kg/m3 (luchtdroog, gemeten)
Algemeen:Het geslacht Grevillea omvat ca. 250 soorten, verspreid over Australië en de omringende eilanden. Deze soort vormt een kleine boom van 6 - 10 m (max. 30 m) hoog en 3 - 5 m breed. Het blad is in zijn jeugd 280 - 400 mm lang, breed en diep gelobd. Een overgangsvorm is korter en smaller. Aan een volwassen boom is het blad 90 – 240 mm lang, smal en gaafrandig. De bloeiwijze is een ivoor-witte aar. De soort geniet in Australië de hoogste mate van bescherming: er zijn minder dan 100 volwassen exemplaren in de vrije natuur! In cultuur doet de boom het goed en kan een betrekkelijk hoge leeftijd bereiken.
Techn. gegevens:Het kernhout is roze- tot bruinrood van kleur, het spint iets lichter. De draad is recht tot golvend, de nerf tamelijk fijn. De tekening wordt voor een groot deel bepaald door de brede en hoge stralen, karakteristiek voor de meeste Proteaceae. Het droogt langzaam, waarbij het de neiging heeft behoorlijk te krimpen en te vervormen. Het laat zich goed bewerken, geeft echter veel stof tijdens het zagen. Het laat zich glad afwerken met een zijdeachtige glans. Het voelt wasachtig aan, maar lijmt goed. Het is matig duurzaam.
Gebruik:De boom om zijn sierwaarde. Hout uit aanplant wordt gebruikt voor kleine meubelen en draaiwerk. Rechte, foutvrije stammen soms voor fineer.
[pakket ALV, april 2007]

afdrukken        venster sluiten