Staal No. 1020:Euptelea (Nl.), Schönulme (D.), Husazakuva (Jap.)
Botanische naam:Euptelea polyandra Siebold & Zucc.
Familie:Eupteleaceae
Nat. verspr. geb.:Japan (Honshu, Shikoku, Kyushu)
Herkomst monster:Arboretum 'De Dreijen', Wageningen
Vol. massa:600 - 700 kg/m3 (luchtdroog, gemeten)
Algemeen:Euptelea is het enige geslacht in de Eupteleaceae en heeft slechts twee soorten. De andere soort, E. pleiosperma, is inheems in ZW.-China. Het zijn grote struiken of kleine bomen tot ca. 8 m hoog met een grijs-bruine, ruwe bast. Het blad is afwisselend geplaatst, met lange bladstelen en een onregelmatig getande rand. Bloei vindt plaats van maart tot mei voordat het blad uitloopt. ‘Euptelea’ = ‘mooie iep’; de vruchten lijken op die van de iep, maar de bloemen zijn mooier (rood).
Techn. gegevens:Het crème-kleurige tot lichtbruine monsterhout vertoont geen kernhout. Mogelijk vormt zich dit op latere leeftijd. Opvallend zijn de hoge en brede stralen, waardoor het hout veel gelijkenis vertoont met Plataan. De draad is recht tot golvend, de nerf is tamelijk fijn. Het hout droogt gemakkelijk, waarbij het niet extreem krimpt, maar wel snel scheurt (vooral radiaal). Het laat zich gemakkelijk bewerken en tamelijk glad afwerken. Het is niet duurzaam: het is wormgevoelig en alle monsters vertonen verkleuringen t.g.v. een schimmelaantasting (waaronder slaap).
Gebruik:In Japan voor eenvoudig meubilair, draaiwerk en brandhout.
[pakket ALV, april 2007]

afdrukken        venster sluiten