Staal No. 1008:Japanse levensboom (Nl.),Japanese Arborvitae (Eng)
Botanische naam:Thuja standishii (Gordon) Carrière
Familie:Cupressaceae
Nat. verspr. geb.:Zuid-Japan, op de bergen van Honshu en Shikuko
Herkomst monster:Pinetum 'Blijdenstein', Hilversum
Vol. massa:(400-) 450 (-650) kg/m3 (luchtdroog, gemeten)
Andere namen:Thuja japonica Maximowicz
Algemeen:Langzaam groeiende boom met een brede, conische, open kroon met diepgroen loof, hier in cultuur tot 6 m, in Japan tot ca. 20 m hoog en een stamdoorsnede tot 0,5 m met een rood-bruine, vezelige bast. Het is in Japan een belangrijke houtproducent en wordt er gekweekt in plantages, maar is in het wild een bedreigde soort. De boom is zeer winterhard. Hij is in Europa vrij zeldzaam, maar wordt in de V.S. wel aangeplant om zijn sierwaarde.
Techn. gegevens:Het hout heeft veel overeenkomsten met Western Red Cedar (Thuja plicata, NEH.nr. 062) met zijn lichtbruine kernhout, dat scherp gescheiden is van het crème-kleurige spint. De draad is recht, de nerf is fijn. Het droogt snel en zonder problemen. Het verwerkt zeer gemakkelijk, wel kan het stof allergische reacties opwekken in de luchtwegen. Het is geurig, duurzaam (vooral vochtbestendig) en sterk in verhouding tot zijn gewicht.
Gebruik:Gelijk aan dat van Western Red Cedar, verder ook voor gebogen toepassingen, zoals vaten en kuipen. Uit de bast van de stam wordt een medicijn gewonnen tegen kanker.
[pakket ALV, april 2007]

afdrukken        venster sluiten