Staal No. 1022:Nootka cipres (Nl.), Alaska-Cedar (USA)
Botanische naam:Chamaecyparis nootkatensis (D.Don) Spach
Familie:Cupressaceae
Nat. verspr. geb.:Westkust van Noord-Amerika van Oregon (gebergten) tot in Alaska
Herkomst monster:Arboretum 'Trompenburg', Rotterdam
Vol. massa:450 - 500 kg/m3 (luchtdroog, gemeten)
Andere namen:Nieuwe naam: Xanthocyparis nootkatensis (D.Don) Farjon & Harder
Algemeen:Grote boom, in Amerika tot 35 m, in Nederland lager, met een conische kroon en een rechte stam met een grijs-bruine tot oranje-bruine, dunne, vezelig schors. De boom heeft typisch overhangende twijgen. Sinds de vondst van een tot dan toe onbekende coniferensoort en -geslacht in Vietnam in 2001 (Xanthocyparis vietnamensis) is er een breed draagvlak om ook deze soort in dit nieuwe geslacht onder te brengen.
Techn. gegevens:Het kernhout is heldergeel tot licht bruin-geel en steekt tamelijk scherp af tegen het crèmekleurige tot bijna witte, smalle spint. De draad is recht, de nerf is fijn. Het heeft een typische, scherp zure geur die kenmerkend is voor de soort. Het hout droogt zonder problemen, waarbij het slechts weinig krimpt en vervormt. Na het drogen gedraagt het zich stabiel. Het tamelijk zachte hout laat zich gemakkelijk bewerken en afwerken, hoewel het snel splintert bij het afkorten. Het is van gemiddelde sterkte, stijfheid en schokbestendig-heid. Het is duurzaam tot zeer duurzaam, ook tegen zouten en zuren.
Gebruik:In Amerika voor binnenbetimmeringen, meubilair, botenbouw, muziekinstrumenten, speelgoed, mallen, brugdekken, waterbouwkundige werken, tanks voor water en chemicaliën, scheidingswanden in accu’s.
[pakket ALV, april 2007]

afdrukken        venster sluiten