Staal No. 1036:Zevenboom, Sabijnse jeneverbes (Ned), Savin (Eng)
Botanische naam:Juniperus sabina L.'Fastigiata'
Familie:Cupressaceae
Nat. verspr. geb.:Midden- en Zuid-Europa tot in West-Azië
Herkomst monster:Arboretum 'Trompenburg', Rotterdam
Vol. massa:420 - 550 kg/m3 (luchtdroog, gemeten)
Algemeen:De Jeneverbessen komen voor met 50 soorten op het noordelijk halfrond, met zuidelijke uitschieters de bergen van Kenia en de West-Indische Eilanden. In Europa zijn 9 soorten inheems, waaronder de Zevenboom de oudste is die in cultuur is. Het is doorgaans een laagblijvende struik tot 1,5 à 2 m hoog, maar het monsterhout is afkomstig van de hoog opgaande variëteit ‘Fastigiata’, die een grote, brede struik wordt van meerdere meters hoog met stammen van ca. 0,25 m doorsnede. Het hout hiervan groeit in de dikte aanvankelijk langzaam, later sneller. De twijgen ruiken bij kneuzing uiterst onaangenaam. Alle delen van de plant zijn giftig (vruchtafdrijvend / dodelijk). Om die reden is hij in sommige gebieden uitgeroeid, of in cultuur verboden.
Techn. gegevens:Het hout van bijna alle Jeneverbessen is identiek: Gevlamd rood-bruin kernhout dat scherp afsteekt tegen het zeer lichtbruine spint. Soms blijven vlammen spint in het kernhout achter. Aan het licht blootgesteld verkleurt het naar bruin. De nerf is fijn, de draad recht, maar het bevat veel kwasten. Het hout is zeer aromatisch. Het is zonder problemen te drogen en gedraagt zich stabiel. Het is zacht en broos, gemakkelijk te bewerken en glad af te werken. Het hout is duurzaam.
Gebruik:Er is geen specifiek gebruik van dit hout bekend, temeer omdat het normaliter in slechts kleine afmetingen voor komt. De jonge twijgen leveren een grondstof (sabinol) voor een medicijn en een insekticide. Ongewenst zwangere vrouwen gebruikten vroeger in hun wanhoop de twijgen als abortivum (Herba sabinae).
[pakket 118, december 2007]

afdrukken        venster sluiten