Staal No. 1045:Amandelhout, Zoete amandel
Botanische naam:Prunus dulcis (Miller) D.Webb
Familie:Rosaceae, onderfamilie Prunoideae
Nat. verspr. geb.:Z.W.-Azië (omgeving Iran)
Herkomst monster:Algarve, Zuid-Portugal
Vol. massa:(890-) 940 (-1050) kg/m3 bij 8 %
Andere namen:Prunus amygdalus Batsch, Amygdalus communis L.
Algemeen:De Amandelboom levert één van de mooiste houtsoorten uit het ca. 200 soorten tellende geslacht Prunus (ondergeslacht Amygdalus). Het is een kleine vruchtboom (tot ca. 8 m hoog) met een brede kroon op een korte, dikke stam met een ruige, zwarte schors. Hij bloeit zeer vroeg (februari - maart) met een overvloed aan lichtroze tot witte bloemen. De ca. 50 mm lange, iets platte, donzige, groene vrucht bevat één zaad: de (ongepelde) amandel. De kern hiervan is het eetbare gedeelte.
Techn. gegevens:Het kernhout varieert van bruin-geel tot rood-bruin met een levendige tekening. Het donkert aan het licht nog verder na. Het is scherp gescheiden van het ca. 20 mm brede, roomwitte spint. De draad is recht tot onregelmatig, de nerf is fijn. Op het kwartierse vlak domineren de stralen als lichtere ‘spiegeltjes’. Soms komen traumatisch gevormde gomgangen voor in een tangentiale rangschikking, gevuld met een donkerrode inhoud. Het hout is hard en zwaar. Het moet met zorg worden gedroogd ter voorkoming van scheuren (hartscheuren zijn vaak al in het kernhout van de levende boom aanwezig), hoewel de krimp matig is. Het is met scherp gereedschap redelijk te bewerken en het laat zich redelijk lijmen, ondanks de dichte structuur. Het schuurt moeizaam, maar het laat zich fraai polijsten. Het hout is niet duurzaam en wordt vooral snel aangetast door insecten.
Gebruik:Primair voor de amandelteelt. Zoete amandelen worden o.a. verwerkt in amandelspijs, marsepein en noga. Het hout voor draaiwerk, siervoorwerpen en kleine meubelen.
[pakket 119, juni 2008]

afdrukken        venster sluiten