Staal No. 1023:Aardbeiboom, Westelijke aardbeiboom
Botanische naam:Arbutus unedo L.
Familie:Ericaceae
Nat. verspr. geb.:Noordelijk Middellandse Zeegebied, West-Frankrijk, Ierland
Herkomst monster:Algarve, Zuid-Portugal
Vol. massa:750 (blank) - 850 - 1100 (diep rood) kg/m3 (bij 8 % vocht, aan de monsters gemeten)
Algemeen:Een groenblijvende struik of kleine boom tot ca. 10 m hoog met een dichte, ronde kroon. De vaak korte, scheve en bochtige stam splitst zich al vrij laag boven de grond in een vrij groot aantal omhooggerichte, eveneens bochtige takken met een rood-bruine, afschilferende schors. Bladeren langwerpig lancetvormig; bloemen kleine klokjes in hangende pluimen in de herfst; vruchten van geel naar rood verkleurend, na 2 jaar rijp, aardbeiachtig maar bolrond, eetbaar maar wrang zuur (unedo = ‘ik eet er maar één’!).
Techn. gegevens:Spint crème-kleurig tot lichtbruin, betrekkelijk breed, soms abrupt, soms zeer geleidelijk (dan ook soms alleen de stralen verkleurd) overgaand in wijnrood, roodbruin of paarsbruin kernhout. Samen met de bochtige groei zorgt dit voor een grote verscheidenheid in tekening. De draad is recht tot vaak onregelmatig, de nerf is zeer fijn. Het hout laat zich zeer moeilijk drogen, het krimpt en vervormt daarbij zeer sterk. Tevens heeft het een grote neiging tot scheuren en collaps. Eenmaal droog is het moeilijk te bewerken, maar wel heel mooi glad af te werken. Het hout is hard en weerbarstig, zwaar, matig sterk en bros. Het is niet duurzaam en sterk wormgevoelig.
Gebruik:De vruchten voor Madronho-likeur. Door de betrekkelijk kleine afmetingen wordt gebruik van het hout beperkt tot klein sierwerk, draaiwerk, handgrepen, souvenirs. Verder voor brandhout en het levert een goede houtskool voor de productie van buskruit.
[pakket 120, december 2008]

afdrukken        venster sluiten