Staal No. 1075:Veldiep, Smooth leaved elm (Eng.). Iepen
Botanische naam:Ulmus minor Mill.
Familie:Ulmaceae
Nat. verspr. geb.:Europa, N.-Afrika, Z.W.-Azië
Herkomst monster:Botanische Tuin TU Delft
Vol. massa:600 - 650 - 700 kg/m3 (luchtdroog, aan de monsters gemeten)
Andere namen:U. campestris L., U. carpinifolia Gled., U. nitens Moench.
Algemeen:Ulmus is een geslacht met 25 à 30 soorten, die voorkomen in de gematigde streken van het gehele noordelijke halfrond, met een zuidelijke uitloper naar Noord-Mexico. In tegenstelling tot wat zijn botanische naam doet vermoeden is dit een grote boom, tot ca. 30 m hoog, die weliswaar in verschillende botanische vormen voorkomt, en daarmee in verschillende groeivormen. De typische vorm heeft een piramidale kroon. De schors is ruw, twijgen soms met kurklijsten; het blad is 50 - 100 mm lang, scheef ovaal, getand; bloemen in dichte hoofdjes, 15 - 30 bijeen; vrucht plat, vrijwel rond met het zaad in het midden.
Techn. gegevens:Het lichtbruine tot bruine kernhout steekt duidelijk af tegen het 40 - 50 mm brede geel-witte spint. De draad is recht, de nerf matig grof. Iepen is vast, taai, niet zwaar en, hoewel ringporig, gelijkmatig van structuur. Het droogt matig snel met een vrij hoge krimp. Het kan tijdens het drogen sterk vervormen, hoewel niet bij het monsterhout. Het is gemakkelijk te bewerken, hoewel soms vrijkomende spanningen het zagen kunnen bemoeilijken. Het lijmt goed. Het kan worden afgewerkt zodat het een warme uitstraling heeft. Het is matig duurzaam.
Gebruik:Meubels en betimmeringen. Vroeger werd Iepen bijna altijd gewaterd, waardoor de kwaliteit (en daarmee de bruikbaarheid) toenam: carosserie- en wagenbouw, molenbouw, wielen (velgen en naven), gereedschapsstelen, borstels, roeiriemen, draaiwerk. Kortom een algemeen toepasbare houtsoort.
[pakket 122, december 2009]

afdrukken        venster sluiten