Staal No. 1081:Melunak, Takalis
Botanische naam:Pentace sp.
Familie:Tiliaceae
Nat. verspr. geb.:Z.O.-Azië (Birma tot West-Java)
Herkomst monster:Sabah (Noord-Borneo)
Vol. massa:600 - 1000 kg/m3 (luchtdroog, aan de monsters gemeten)
Algemeen:Pentace is een geslacht met 27 soorten, verspreid over Birma, Indo-China, Thailand, het Maleisisch Schiereiland, Sumatra, W.-Java, Borneo, Sulawesi en het zuiden van de Filippijnen. Het Maleisisch Schiereiland herbergt de grootste diversiteit: 16 soorten, daarna Borneo: 12 soorten. Het meeste hout wordt in de productiegebieden zelf verwerkt, soms wordt het verhandeld in mix-partijen samen met Chukrasia-, Shorea- en/of Dryobalanops-soorten met overeenkomstige eigenschappen. Pentace-soorten vormen bomen tot 30 à 60 m hoog met een rechte stam met een diameter van 0,6 - 1,2 m, met korte tot lange wortellijsten. (Vergelijk NEH.nr. 496, P. burmanica, Thitka.)
Techn. gegevens:Het rood-bruine kernhout is niet scherp gescheiden van het geel-achtige spint. Vers gekapt is het hout roze-bruin, waarna het nadonkert naar licht tot donker rood-bruin, afhankelijk van de soort. Het is meestal meer of minder kruisdradig. De nerf is matig fijn tot matig grof. Het vertoont een duidelijke etagebouw op alle langsvlakken (in het grondweefsel, niet in de stralen). Het hout droogt aan de lucht vrij langzaam. Het droogt (ook kunstmatig) met een lichte neiging tot scheuren en vervormen, met een matige krimp. Het hout is tamelijk gemakkelijk te bewerken; wel wordt een snijhoek van 20o aanbevolen i.v.m. de kruisdraad, waardoor het anders snel uitbreekt. Ook splintert het snel. Het is matig tot tamelijk duurzaam, maar toepassing van het hout wordt eerder aanbevolen voor binnen dan voor buiten.
Gebruik:Lichte constructies, vloeren, betimmeringen, meubels, draaiwerk, peddels, geweerkolven, muziekinstrumenten. Ook voor botenbouw, carrosserieën en landbouwwerktuigen. Het kan als vervanger dienen voor Mahonie, maar is gemiddeld minder stabiel.
[pakket 123, juni 2010]

afdrukken        venster sluiten