Staal No. 1113:Amesclao, Breu, Breu preta, Mangue
Botanische naam:Trattinnickia sp., mog. T. burseraefolia (Mart.) Willd.
Familie:Burseraceae
Nat. verspr. geb.:Westelijk tropisch Zuid-Amerika, van Bolivia tot in de Guyana?s
Herkomst monster:Braziliƫ
Vol. massa:500 kg/m3 (droog, aan de monsters gemeten)
Algemeen:Trattinnickia is een geslacht met 11 soorten in noord-westelijk Zuid-Amerika. T. burseraefolia is een in savannebos vrij algemeen voorkomende, kleine boom tot ca. 10 m hoog met een relatief lange, rechte stam met een doorsnede van ca. 0,5 - 0,6 m. Andere Trattinnickia-soorten vormen grotere bomen. Het blad is samengesteld, oneven geveerd, meer dan 200 mm lang, deelblaadjes gepunt, gladde rand, vaak ruw behaard, ca. 100 mm lang. Bloeiwijze in eindstandige pluimen, onopvallend. Vrucht bolvormig, klein, donker van kleur.
Techn. gegevens:Het kernhout is licht roze-bruin en steekt nauwelijks af tegen het spint. Het spint kan wel als gevolg van een aantasting donkerder gekleurd zijn. De draad is recht tot licht kruisdradig, de nerf is matig fijn. Het hout is licht en zacht. Het droogt snel, maar dit moet met zorg gebeuren: het risico op scheuren is groot, het risico op vervormen is matig. Het is gemakkelijk te bewerken, maar het moet met scherp gereedschap en een kleine snijhoek worden geschaafd voor een glad oppervlak, vooral kwartiers als gevolg van de kruisdraad. Gereedschap kan snel afstompen door een hoog silicagehalte. Het is goed te lijmen en te spijkeren. Het is matig duurzaam.
Gebruik:Goedkope meubels, binnenbetimmeringen, lichte constructies, blindhout, kisten, kratten, schilfineer voor plaatmateriaal.
[pakket ALV, maart 2011]

afdrukken        venster sluiten