Staal No. 1115:Mierenhout, Mirahoedoe (Sur.), Long John (Guyana)
Botanische naam:Triplaris weigeltiana (Reichb.f.) Kuntze
Familie:Polygonaceae
Nat. verspr. geb.:Tropisch Amerika van Zuid-Mexico tot in de Guyana?s, Brazilië en Peru
Herkomst monster:Suriname
Vol. massa:(500 -) 600 (- 700) kg/m3 met een toename van de V.M. van het hart naar buiten
Andere namen:Triplaris surinamensis Cham.
Algemeen:Het geslacht Triplaris heeft 18 soorten verdeeld over tropisch Amerika. Dit is een boom tot 25 (- 30) m hoog uit de moerasbossen langs de kust en langs de rivieren van Suriname met een 0,4 - 0,5 m dikke, 15 – 20 m lange stam met hoge, smalle plankwortels. Stam en takken zijn vaak hol en bewoond door kleine, agressieve mieren. Het blad is 200 - 350 x 50 - 85 mm, zwak toegespitst. De bloemen staan in okselstandige aren. De vrucht is bolvormig met 3 vlezige 30 - 40 mm lange vleugels, wit tot roze. Zie ook NEH.nr. 518, Triplaris sp. div. Het hout is meestal minder fraai getekend dan dat van deze monsters.
Techn. gegevens:Het kernhout is licht grijs-bruin tot roze-bruin, er is geen kleurverschil met het spint. De draad is recht tot zwak (- sterk) kruisdradig of onregelmatig. De nerf is matig grof tot matig fijn. Het is matig sterk, tamelijk zacht en bros. Het droogt zonder moeilijkheden mits dit voorzichtig gebeurt. Er is dan een matig risico op scheuren en vervormen, terwijl het tamelijk veel krimpt. Het is gemakkelijk te bewerken, alleen te sterke kruisdraad kan problemen geven. Het is goed te lijmen en te spijkeren en goed te schillen tot fineer. Het is weinig duurzaam.
Gebruik:Timmerwerk binnenshuis, goedkope meubels, blindhout, kisten, kratten, vaten voor droge stoffen, zowel geschild als verspaand voor plaatmateriaal, gesneden tegenfineer.
[pakket ALV, maart 2011]

afdrukken        venster sluiten