Staal No. 1123:Bishopwood
Botanische naam:Bischofia javanica Blume
Familie:Euphorbiaceae
Nat. verspr. geb.:Z.- en O.-Aziƫ van India en Z.-Japan tot N.-Queensland, Samoa en Tonga
Herkomst monster:Miami, Florida, V.S.
Vol. massa:520 - 1010 kg/m3 bij 15 % vochtgehalte
Algemeen:Het geslacht Bischofia bestaat uit twee soorten. Deze soort is inheems in Z.O.-Aziƫ, de andere (B. polycarpon) in C.- en Z.O.-China. Deze soort is tamelijk variabel in zijn botanische uiterlijk. Normaal is het een snelgroeiende, forse boom met een grote, dichte kroon tot 30 (- 50) m hoog en een cylindrische stam met een diameter tot 1 (- 1,5) m. Het blad is samengesteld uit 3 deelblaadjes van 50 - 150 mm lang. Bloemen zijn groenachtig, mannelijke en vrouwelijke bloemen aan afzonderlijke bomen. De vrucht is een zwarte bes tot 15 mm doorsnede.
Techn. gegevens:Het kernhout is paars-bruin tot donkerbruin en scherp gescheiden van het smalle, lichtbruine spint. Het is over het algemeen kruisdradig, de nerf is matig fijn tot matig grof. Vers hout heeft een zure geur. Het hout is moeilijk te drogen doordat het snel scheurt en scheluw trekt., vooral dosse gezaagde planken. Hierbij krimpt het aanzienlijk: tot 2,6 % radiaal en tot 6,2 % tangentiaal bij drogen tot 12 %. Het wordt aanbevolen het stamhout zo veel mogelijk kwartiers te zagen. Droog is het hout moeilijker te zagen dan vers. Alle bewerkingen geven verder wel een goed resultaat. Het kan worden geschuurd tot een glad maar dof oppervlak. Het is matig tot tamelijk duurzaam. Het is niet geheel bestand tegen insecten en wisselend bestand tegen schimmels.
Gebruik:Algemeen constructiehout, bruggen, dekken, dwarsliggers, in de mijnbouw, landbouwwerktuigen, maar ook wel voor meubels en betimmeringen, snijwerk en potloden. Schilfineer voor plaatmateriaal. Restanten voor houtskool. Door zijn lange vezel is het geschikt voor papierpulp.
[pakket ALV, maart 2012]

afdrukken        venster sluiten