Staal No. 1124:Chittam wood, Smoketree (V.S.)
Botanische naam:Cotinus obovatus Raf.
Familie:Anacardiaceae
Nat. verspr. geb.:Z.O.-Verenigde Staten
Herkomst monster:Z.-Missouri, V.S.
Vol. massa:600 kg/m3 luchtdroog
Algemeen:Cotinus is een geslacht met slechts 2 soorten, de Pruikenboom, C. coggygria, in Europa en Aziƫ en deze soort in N.-Amerika. Bij dit geslacht groeien de bloemstelen in de herfst door en raken overdekt met geveerde, grijze haren, waardoor het geheel er uitziet als een pruik, of als ijle rook. Deze Amerikaanse soort wordt groter dan de Europese (max. 8 m tegenover max. 5 m). Hij is ook meer boomvormig, met een stamdiameter tot ca. 0,30 m. Het blad is ovaal, 100 - 150 mm lang. De bloemen staan in luchtige, in 0,2 - 0,3 m lange pluimen, zijn klein, roodachtig geel, de meeste steriel. De vruchten zijn ca. 6 mm grote nootjes, maar de doorgegroeide, pluizige steeltjes van de steriele bloemen vallen als geheel veel meer op. Het is in de V.S. een vrij zeldzame boom, zeker in grote afmetingen, die hoge eisen stelt aan de bodem (kalkrijk en humeus).
Techn. gegevens:Het kernhout is helder oranje-geel tot geel-bruin, scherp gescheiden van het bijna witte, smalle spint. De draad is recht tot licht onregelmatig, de nerf is matig grof tot matig fijn. Het moet met enige zorg worden gedroogd, ter voorkoming van ernstige scheuren en vervorming. Het is gemakkelijk te bewerken. Het is goed te lijmen, te schuren en te draaien, en glad af te werken met een bijzonder fraai resultaat. Het hout is duurzaam in contact met de grond, maar wordt wel door insecten aangetast.
Gebruik:Foutvrije stukken worden gebruikt voor sierwerk, zoals draai- en snijwerk, vanwege de unieke kleur. Ook wordt een kleurstof gewonnen uit het oranje-gele hout. Verder lokaal, indien beschikbaar, voor afrasteringspalen.
[pakket ALV, maart 2012]

afdrukken        venster sluiten