Staal No. 1131:Simpoh
Botanische naam:Dillenia sp.
Familie:Dilleniaceae
Nat. verspr. geb.:Z.- en Z.O.-Azië
Herkomst monster:W.-Maleisië
Vol. massa:675 - 815 kg/m3 bij 15 % vochtgehalte (vlgs. The Malayan Grading Rules)
Algemeen:Het geslacht Dillenia omvat ca. 60 soorten die voorkomen rond de Indische Oceaan van Madagascar via India, Indo-China en Z.O.-Azië tot in N.-Australië, de Solomon Eilanden en Fiji. Vooral op Nw.-Guinea komen veel soorten voor. Het zijn bomen tot maximaal 40 (- 50) m hoog bij een stamdiameter tot 1,25 (- 2) m. Anatomisch staat het hout van dit geslacht bekend om zijn brede stralen. Uitzonderlijk is dat dit kenmerk in veel monsters van deze partij niet of nauwelijks voorkomt.
Techn. gegevens:Het kernhout is rood-bruin van kleur met soms een purperachtige gloed. Het steekt vaag af tegen het iets lichtere, ca. 50 mm brede spint. De draad is zelden recht, het is meestal kruisdradig. De nerf is matig grof. Het moet met grote zorg worden gedroogd vanwege een groot verschil tussen radiale en tangentiale krimp. Dosse gezaagd hout vervormt hierdoor heel sterk. Ook scheurt het snel. Hierdoor, en om de decoratieve waarde van de brede stralen, worden bomen ook wel zo veel mogelijk radiaal (= kwartiers) gezaagd. Het is zowel met de hand als machinaal betrekkelijk gemakkelijk te bewerken, maar het kan soms wel een ruw oppervlak achterlaten. De duurzaamheid verschilt vrij sterk per soort van (soms) tamelijk duurzaam tot (meestal) niet duurzaam.
Gebruik:Algemeen constructiehout zoals balken, spanten, kozijnen, deuren en trappen voor binnentoepassingen. Kwartiers gezaagd voor siervoorwerpen en fineer. Verscheidene soorten leveren een goede kwaliteit houtskool. Het laat zich goed impregneren en is dan bruikbaar voor zwaardere buitenconstructies en bijv. dwarsliggers en palen.
[pakket 128, december 2012]

afdrukken        venster sluiten