Staal No. 1144:Schietwilg
Botanische naam:Salix alba L.
Familie:Salicaceae
Nat. verspr. geb.:Europa, Noord-Afrika, West-Aziƫ
Herkomst monster:Gouda
Vol. massa:(320 -) 410 - 450 (- 550) kg/m3 bij 12 % vochtgehalte, ook aan de monsters gemeten
Algemeen:Het geslacht Salix omvat ca. 400 soorten (waaronder de meest noordelijke struik, S. arctica). De meeste zijn inheems op het noordelijk halfrond, slechts enkele in Afrika. Salix alba is de algemeen voorkomende wilgensoort in het Nederlandse polderlandschap. Het is een zeer snel groeiende boom die 20 - 25 (- 30) m hoog wordt bij een stamdiameter tot 1 (- 1,2) m en een takvrije lengte van 5 - 8 m. Veel exemplaren worden periodiek geknot voor het gebruik van zijn twijgen en takken (griendhout en knotwilg). Door de humusrijke knot gaat de stam na verloop van tijd van binnen uit rotten en is de boom voor de houtproductie waardeloos.
Techn. gegevens:Het kernhout is lichtbruin tot licht roze-bruin en steekt niet scherp af tegen het bijna witte spint, waarvan de breedte sterk varieert afhankelijk van de groeiomstandigheden. Ook de kwaliteit van het hout is hiervan sterk afhankelijk. De draad is recht tot iets kruisdradig, de nerf is fijn. Het hout is zacht en bros, maar betrekkelijk slijtvast. Het moet snel worden gedroogd ter voorkoming van schimmelverkleuring. Van zichzelf droogt het snel, maar niet gelijkmatig. De krimp is hierbij matig. Het laat zich gemakkelijk bewerken, maar voor een glad oppervlak is scherp gereedschap vereist. Het is vooral nat goed te snijden. Het is goed te lijmen, te schuren (met scherp schuurmateriaal) en glad af te werken. Het is niet duurzaam en wordt zowel door schimmels als insecten aangetast.
Gebruik:Klompen (beter dan populieren), keukengerei, speelgoed, kratten, kisten, pallets, fineer en fineerstroken voor fruitmandjes. Twijgen voor manden en in de waterbouw. Takken (vroeger) voor in de tuinbouw. De bast als pijnstiller (salicylzuur).
[pakket 130, december 2013]

afdrukken        venster sluiten