Staal No. 1163:Deinbollia
Botanische naam:Deinbollia sp.
Familie:Sapindaceae
Nat. verspr. geb.:Tropisch Afrika
Herkomst monster:Wageningen (tropische kas)
Vol. massa:(90 -) 280 kg/m3 luchtdroog, aan de monsters gemeten
Algemeen:Het geslacht Deinbollia omvat 30 - 40 soorten die alle inheems zijn in tropisch Afrika en Madagascar. Eén soort komt verder zuidelijk voor tot in de Oostkaap, Zuid-Afrika (D. oblongifolia). Deinbollia-soorten zijn in het algemeen struiken of kleine bomen, weinig vertakt, in de onderbegroeiing van het tropisch regenwoud. Van sommige soorten is het hout ‘zeer hard’ (D. cuneifolia), van andere is het ‘roze-achtig wit en niet duurzaam’ (D. grandifolia). Het hout van deze soort behoort zeer wel tot de laatste categorie. Het was een kleine boom van ca. 5 m hoog met een stamdiameter van ca. 0,3 m. De bast is glad, grijs-bruin van kleur.
Techn. gegevens:Het hout is zeer licht roze-bruin van kleur. Kernhout wordt niet waargenomen. Het hout in de bovenstam heeft een veel lagere volumieke massa (90 kg/m3) dan in de onderstam (280 kg/m3). De draad is recht, de nerf matig fijn tot matig grof. Dit lichte, zachte hout is gedroogd met veel scheurvorming en collaps. Het is goed te bewerken, maar is soms wollig bij het zagen. Het is goed te lijmen en te schuren. Het is niet duurzaam.
Gebruik:Het hout van veel soorten die zich ontwikkelen tot boom wordt gebruikt voor uiteenlopende toepassingen. De zwaardere soorten worden gebruikt voor algemeen constructiewerk, boten, paaltjes in wijngaarden en brandhout. De lichtere soorten worden gebruikt voor huizenbouw en algemeen timmerwerk.
[pakket ALV, maart 2014]

afdrukken        venster sluiten