Staal No. 1173:Smyrna tamarisk, Salt cedar (Eng.), Almyriki (alg. Gr.)
Botanische naam:Tamarix smyrnensis Bunge
Familie:Tamaricaceae
Nat. verspr. geb.:Van de Zuidelijke Balkan tot in Pakistan, vnl. langs de kusten
Herkomst monster:Kreta
Vol. massa:675 - 725 kg/m3 luchtdroog, aan de monsters gemeten
Algemeen:Er zijn ca. 55 soorten Tamarix, alle inheems in Z.W.-Azië en Z.-Europa. In Europa komen 14 soorten voor. De meeste soorten zijn zeer moeilijk van elkaar te onderscheiden. Dit is een snelgroeiende, kortlevende struik of kleine boom tot 2 à 4 m hoog en een stamdiameter tot ca. 0,2 m. Zijn bast is roodachtig bruin tot bruin. Zijn bloeiwijze is vijf-tallig, lichtroze tot roze, in 10 - 40 mm lange aren; de bloeitijd is mei-juni op hout van het vorige jaar. Vergeleken met andere kustbomen heeft deze Tamarix-soort een buitengewoon hoge tolerantie voor zout. De struik, voornamelijk het blad en de wortels, is uitermate geschikt om metalen als lood en cadmium uit vervuilde grond op te nemen zonder daar zelf noemenswaardige gezondheidsschade door te ondervinden. Het is een woekerplant die zichzelf heel gemakkelijk vermenigvuldigt uit zaad.
Techn. gegevens:Het roze kernhout steekt duidelijk, maar niet scherp af tegen het geel-witte spint. De draad is recht tot licht golvend, de nerf is matig fijn tot fijn. Het hout is hard en bros. Tijdens het drogen vindt vooral bij snel gegroeid hout in het kernhout veel collaps en scheurvorming plaats. Het spint vertoont een matige krimp en scheurt nauwelijks. Het is raadzaam het hout langzaam te laten drogen. Het is wat lastig te zagen, maar goed te vlakken, hoewel door golfdraad soms inspring optreedt. Het is goed te lijmen en door schuren glad af te werken. Het is niet duurzaam en wordt (nat) vooral snel door schimmels aangetast.
Gebruik:Tot aan het eind van de middeleeuwen ter plaatse voor de scheepsbouw (inwendige constructies), houtskool, brandhout. De boom als windhaag langs de kusten en als schaduwboom op de stranden.
[pakket ALV, maart 2015]

afdrukken        venster sluiten