Staal No. 1178:Bladder-nut, Blackbark (Eng.), Swartbas (Afr.)
Botanische naam:Diospyros whyteana (Hiern) F.White
Familie:Ebenaceae
Nat. verspr. geb.:Het oosten van zuidelijk Afrika
Herkomst monster:Botanische tuinen Utrecht, Fort Hoofddijk, tropische kas
Vol. massa:(600 -) 630 (- 680) kg/m3 luchtdroog, aan de monsters gemeten
Andere namen:Royena whyteana Hiern, Royena lucida L., Diospyros whytei
Algemeen:Het geslacht Diospyros omvat ca. 475 soorten in de tropen van alle continenten (Amerika 80, Afrika 95, Madagascar 100, Azië en Australië 200). Deze soort is een altijd groene struik of kleine boom tot maximaal 6 (- 12) m hoog, met een compacte kroon en meestal één opgaande, niet al te dikke, rechte stam. Hij wordt geroemd om zijn sierwaarde: glanzend groen blad waartussen af en toe een helder rood of oranje blad ontluikt, geurige, crème-gele, klokvormige bloemen, een gladde, bijna zwarte bast en helderrode vruchten, omgeven door een vliesvormig omhulsel.
Techn. gegevens:Het hout wordt omschreven als variabel van kleur, crème-achtig tot vuil grijs-wit, met donkerder strepen. Er is geen verschil waarneembaar tussen spint en kernhout. De donkerder strepen en vlekken zijn vrijwel altijd een reactie van de boom op een aantasting of verwonding. Het is van externe oorsprong en kan van boom tot boom verschillen. De draad is fijn kruisdradig, de nerf is fijn. Het is hard, sterk en veerkrachtig – ebben spint heeft eigenschappen vergelijkbaar met essen. Droogeigenschappen zijn onbekend, het monsterhout droogde gemakkelijk, met enige scheurvorming. Het is met scherp gereedschap gemakkelijk te bewerken, het is goed te lijmen en te schuren en glad af te werken. Het is matig duurzaam en (nat) gevoelig voor schimmels.
Gebruik:De struik om zijn sierwaarde, en gesnoeid als haag. Het hout voor jukken, handbogen, kleine meubels, handvatten, keukengerei, huishoudelijke artikelen, draaiwerk.
[pakket ALV, maart 2015]

afdrukken        venster sluiten