Staal No. 1179:Tabak boom, Wilde tabak, Tree tobacco, Tobacco bush
Botanische naam:Nicotiana glauca Graham
Familie:Solanaceae
Nat. verspr. geb.:Zuid-Bolivia, Noord-Argentinië
Herkomst monster:Kreta ? in alle (sub)tropische gebieden aangeplant en verwilderd
Vol. massa:400 - 450 kg/m3 luchtdroog, aan de monsters gemeten
Algemeen:Het geslacht Nicotiana telt 67 soorten, verspreid over Amerika, de zuidelijke Stille Oceaan en Australië. Het zijn hoofdzakelijk kruidachtige gewassen, slechts enkele zijn struikvormig en houtig. Deze soort is een snel groeiende, kort levende, vaak meerstammige struik tot 3 m of een boomachtig gewas tot 7 m hoog met weinig zijtakken. De stammen zijn meestal recht. Het blad is afwisselend geplaatst, blauwachtig tot grijs-groen (glauca), leerachtig, bijna succulent, 100 (- 200) mm lang en 25 (- 40) mm breed. De bloemen zijn geel, buisvormig, 30 - 50 mm lang, in clusters aan het eind van de takken. De vrucht is rond, 7 - 10 mm in doorsnede. Het is een woekerplant, die zich zeer snel door uitzaaien verspreidt. Alle delen van de plant zijn extreem giftig.
Techn. gegevens:Het hout is geel tot geel-wit, kernhout wordt niet gevormd. Het heeft een wijd merg tot soms wel 15 mm doorsnede. De draad is recht tot iets gegolfd, de nerf is fijn. Het is zacht, licht en niet sterk. Het moet direct na het vellen worden gedroogd om te voorkomen dat een schimmel het grijs kleurt. Het droogt zonder problemen. Het is gemakkelijk te bewerken, maar bij vlakken en afkorten bestaat gevaar van uitbreken. Het is door (voorzichtig) schuren glad af te werken. Het is niet duurzaam en wordt vooral snel door schimmels aangetast.
Gebruik:Het hout dient nergens voor dan alleen voor aanmaakhout of rijshout voor één seizoen. Delen van de plant vinden medicinale toepassing en worden gebruikt voor de bereiding van een insecticide (nicotine).
[pakket ALV, maart 2015]

afdrukken        venster sluiten