Staal No. 1156:Wilgbladige dwergmispel, Liu-ye-xun-zi (Chin.)
Botanische naam:Cotoneaster salicifolius Franch.
Familie:Rosaceae, onderfamilie Pomoideae
Nat. verspr. geb.:West-China
Herkomst monster:Dordrecht
Vol. massa:800 kg/m3 luchtdroog, aan de monsters gemeten
Algemeen:Het aantal soorten in het geslacht Cotoneaster is een constant onderwerp van discussie en varieert tussen 200 en 400. Een recente bron vermeldt 261 soorten, waarvan 7 inheems in Europa, de rest in Azië. De meeste komen voor in China en de Himalaya. Veel soorten zijn struikvormig. Het geslacht is nauw verwant aan Crataegus (de Meidoorns). Deze soort is een (gedeeltelijk) wintergroene grote struik tot 5 m hoog met een korte stam tot wel 0,3 m diameter of meerdere stammen tot 0,15 - 0,2 m diameter. Hij behoort tot de hoogst groeiende soorten in het geslacht. Het blad is lang en smal (60 - 90 mm x 10 - 20 mm), vandaar ‘wilgbladig’.
Techn. gegevens:Het hout is licht- tot zeer lichtbruin van kleur. Sommige stammen vertonen een iets donkerder bruin of roze-bruin hart, in het bijzonder direct na het vellen. Het hout is tamelijk hard en tamelijk zwaar. De draad is recht tot licht gegolfd of licht onregelmatig, de nerf is fijn. Het droogt langzaam, maar zonder veel problemen, indien over het hart gezaagd en bij grotere diameters ook in delen gezaagd en de koppen behandeld zijn tegen versneld uitdrogen. Hierbij vertoont het zeer weinig vervorming en scheuren. Zowel nat als droog is het goed te zagen. Bij vlakken bestaat het gevaar van uitbreken bij onregelmatige draad. Het is goed te lijmen en te schuren en kan zeer glad worden afgewerkt. Het vertoont vaak een levendige tekening. Het hout is niet duurzaam en zeer gevoelig voor worm en schimmels.
Gebruik:De struiken worden geplant om hun sierwaarde, voornamelijk om de fel gekleurde bessen in het najaar en de winter. Gebruik van het hout is niet bekend, maar dat van de grotere diameters zou kunnen dienen voor kleine meubels en draaiwerk.
[pakket Pakket 133, juni 2015]

afdrukken        venster sluiten