Staal No. 1195:Wilde cipres, Kreta cipres (Ned.), Mediterranian Cypress (Eng.) Staal No. 1195
Botanische naam:Cupressus sempervirens L.
Familie:Cupressaceae
Nat. verspr. geb.:Oostelijk Middellandse Zee-gebied tot in Iran
Herkomst monster:Kreta
Vol. massa:450 - 590 kg/m3 bij 12 % vocht ? 725 kg/m3 bij ca. 10 % vocht, gemeten
Andere namen:Cupressus horizontalis Mill., C. sempervirens var. horizontalis (Mill.) Loudon
Algemeen:Het geslacht Cupressus omvat 15 soorten, waarvan 8 in Amerika, 1 in Afrika, 1 in Europa en 5 in Azië voorkomen. Van Cupressus sempervirens wordt algemeen erkend dat er twee groeivormen zijn: een zuilvormige (zie NEH.nr. 819) en een piramidale vorm. Het wordt algemeen aanvaard dat de piramidale vorm (var. horizontalis) met zijn brede kroon en horizontaal afstaande takken de natuurlijke (wilde) vorm is en dat de zuilvormige bomen met hun bijna vertikaal omhoogstaande takken zijn ontstaan uit een mutatie van de wilde vorm en dus een cultivar zijn, mogelijk reeds daterend uit de prehistorie. Het zijn bomen tot 25 à 30 m hoog met een meestal rechte stam met een diameter tot ca. 1 m.
Techn. gegevens:Het geel-witte spint steekt duidelijk af tegen het geel-bruine tot rood-bruine kernhout. De draad is recht. Het hout is licht geurend, zacht en gemakkelijk te splijten. Het is zonder problemen te drogen, waarbij het matig tot weinig krimpt. Het is zowel met handgereedschap als machinaal gemakkelijk te bewerken, goed te draaien, goed te lijmen, en glad af te werken en te lakken. Bevestigingsmiddelen houden goed. Het is duurzaam en zeer goed bestand tegen insecten.
Gebruik:Meubels, muziekinstrumenten, houtsnijwerk, lichte constructies voor binnen en buiten (vaak in kerken en kloosters) zoals kozijnen en deuren, paaltjes (in wijnbouwgebieden)
Opmerking:De monsters zijn gemaakt van hout van de onderste takken. Dit hout bevat veel reactiehout en is niet representatief voor de stam.
[pakket ALV 2016]

afdrukken        venster sluiten