Staal No. 1201:Kaukasische vleugelnoot
Botanische naam:Pterocarya fraxinifolia (Poir. ) Spach
Familie:Juglandaceae
Nat. verspr. geb.:Van de Kaukasus tot in Noord-Iran
Herkomst monster:Trompenburg Tuinen en Arboretum, Rotterdam.
Vol. massa:500-525 kg/m3 bij 12% vochtgehalte
Andere namen:Juglans fraxinifolia Lam.
Algemeen:: De geslachtsnaam Pterocarya komt van het Griekse Ptĕron = vleugel en Karyŭn = noot. De soortnaam fraxinifolia betekent: het blad lijkt op dat van de es (Fraxinus). De eerste zaden van de boom zijn rond 1782 in West-Europa ingevoerd. Het is een bladverliezende boom die tot 30 m. hoog kan worden met in het jonge stadium een gladde bast die bij het ouder worden van de boom steeds diepere groeven of kurklijsten vormt. De oneven geveerde bladeren staan verspreid en zijn samengesteld uit 7-27 deelblaadjes. De kleine geelgroene bloemen zijn eenhuizig en bloeien omstreeks mei in lange, losse, hangende katjes die later de tot 40 cm. lange strengen met nootjes leveren. De twijgen hebben het typische geladderde merg dat ook bij Juglans voorkomt.
Techn. gegevens:Er is weinig onderscheid in kleur tussen het roze-achtig wit gekleurde kernhout en het spint, het hout is van goede kwaliteit maar niet zo dicht en sterk als (wal-) notenhout. Het hout is weinig duurzaam en heeft een behoorlijke krimp met een groot verschil tussen radiaal en tangentiaal.
Gebruik:Het hout wordt o.a. gebruikt in de meubelindustrie, ook in de vorm van fineer, ski’s, handgrepen en tevens voor het roken van vlees hetgeen een apart aroma geeft.
Opmerking:Gecontroleerd NEH/2016
[pakket Pakket 136, december 2016]

afdrukken        venster sluiten