Staal No. 1204:Cu kangshu, Cabrillet de Dickson, Maruba chishanoki (Spaans)
Botanische naam:Ehretia dicksonii Hance
Familie:Boraginaceae ( voorheen Ehretiaceae)
Herkomst monster:Trompenburg Tuinen & Arboretum, Rotterdam (Nederland)
Vol. massa:400-450 kg/m3 bij 12% vochtgehalte
Andere namen:o.a. Ehretia dicksonii var. Tomentosa Nakai, Ehretia dicksonii var. Japonica Nakai
Algemeen:Het geslacht Ehretia werd in 1756 vernoemd naar George Dionysius Ehret (1708-1822) een Duits-Engels beroemd botanisch tekenaar die o.a. platen tekende voor Linnaeus. De soortnaam dicksonii is een latinisering van Dickson (James Dickson 1732-1822) een Schotse botanist en kweker. Het is een bladverliezende boom met lichtgrijze schors voorzien van diepe verticale groeven (lijkt op kurk) en een hoogte bereikt van 10- 15 m. De gele steenvruchten van 10-15 mm. diam. zijn eetbaar.
Techn. gegevens:Voordat de boom gekapt werd, was de boom al jaren aan het afsterven. De buitenste groeiringen naar het spint toe zijn duidelijk geel-groen fluorescerend het spint zelf fluoresceerd paarsachtig. Het hout is ringporig en varieert in kleur van donkerblond naar grijsbruin met geen of weinig verschil tussen kernhout en spint, het is licht en niet duurzaam, het heeft een fijne nerf en meestal een rechte draad. Is gemakkelijk te bewerken, goed te nagelen en te schroeven.
Gebruik:Wordt hoofdzakelijk als sierboom aangeplant. Lokaal voor handgereedschap, en andere lokale toepassingen zoals meubels, draaiwerk, houtskool en brandhout. Verder geen commerciƫle houtsoort. In China veel gebruikt als bonsai boom.
Opmerking:Gecontroleerd NEH/2016
[pakket Pakket 136, december 2016]

afdrukken        venster sluiten