Staal No. 0333:Jacareuba
Botanische naam:Calophyllum brasiliense Cambess.
Familie:Guttiferae (Clusiaceae)
Nat. verspr. geb.:Mexico, M.Amerika, de Guyana's en vooral N Braziliƫ
Vol. massa:550-750 kg/m3
Andere namen:santa Maria, palo Maria, cimarron; koerali, koerahara (Suriname)
Algemeen:Dit hout lijkt wat op mahonie [geen verwant !] maar is wat harder en zwaarder.
Boomgegevens: Boom op gunstige groeiplaatsen tot 45 m hoog, met een recht, takvrij stamstuk tot 25 m en 1 2 m dik. Uit de bast wordt een medicinale hars gewonnen.
Anatomisch: Groeiringen onduidelijk. Vaten (poriƫn) zichtbaar voor het blote oog, alleenstaand maar veelal in radiale of scheve rijtjes. Houtstralen op het kopse vlak alleen waarneembaar met de loep. Op het kwartiervlak als fijne spiegeltjes. Parenchym op het kopse vlak in weinig opvallende tangentiale bandjes, op het dosse vlak als fijne vlammen.
Techn. gegevens:Spint 4 6 cm breed, lichter van kleur doch meestal niet scherp gescheiden van het rosebruine, bruinrode of steenrode kernhout. Draad recht tot kruisdradig of enigszins warrig. Nerf matig grof. De sterkte is ongeveer als van eiken, de duurzaamheid echter wat minder.
Drogen moet voorzichtig gebeuren, want het droogt langzaam met neiging tot trekken en scheuren. Het laat zich vrij goed bewerken doch bij sterke kruis of warrige draad slecht glad schaven. Lijmen, beitsen en verven geeft geen moeilijkheden en het houdt spijkers en schroeven goed vast.
Gebruik:Als constructiehout, ook voor bruggen en in de botenbouw, verder voor timmerwerk, vloeren, meubels, landbouwwerktuigen, wielen, vaten, geweerkolven; rechtdradige stukken voor fineer als surrogaat van mahonie.
[pakket 48, april 1962]

afdrukken        venster sluiten