Staal No. 0345:Myrtle beech
Botanische naam:Nothofagus cunninghamii (Hook.f.) Oerst.
Familie:Fagaceae
Nat. verspr. geb.:Australië (Victoria en Tasmanië)
Herkomst monster:Australië
Vol. massa:600-860 kg/m3
Andere namen:Tasmanian myrtle, Tasmanian beech
Algemeen:Boomgegevens: Boom tot meer dan 30 m hoog en tot 1,25 m dik, onder gunstige omstandigheden soms belangrijk meer. [Het geslacht Nothofagus is de tegenhanger van Fagus op het zuidelijk halfrond, vandaar dat Nothofagus wel de zuidelijke beuk heet.] De aanduiding beech (=beuk) [zonder meer] is onjuist.
Techn. gegevens:Spint smal en lichter van kleur dan het rose tot roodbruine kernhout. Draad recht, soms golvend, nerf fijn. Sterkte en hardheid zijn ongeveer als van beuken. In weer en wind en in contact met de grond is het niet duurzaam; vooral het spint wordt gemakkelijk aangetast door boorders.
Licht gekleurd zacht hout is gemakkelijk te drogen, donkerder hout moet voorzichtig gedroogd worden ter voorkoming van scheuren. Het is niet moeilijk te bewerken; bij het spijkeren bestaat enige neiging tot splijten. Het laat zich behoorlijk lijmen.
Gebruik:Zelfde doeleinden als beuken; meubels, binnenwerk, carosserieën, parket, boterkistjes, gereedschapsstelen, borstels, schoenhakken, draaiwerk, vaten, velgen, geweerkolven, fineer en triplex.
[pakket 49, november 1962]

afdrukken        venster sluiten