Staal No. 0531:Anaura
Botanische naam:Licania macrophylla Benth.
Familie:Chrysobalanaceae
Nat. verspr. geb.:Guyana's, Braziliƫ en verder trop. Amerika
Vol. massa:750-1250 kg/m3
Andere namen:sponsehoedoe (Sur.); marishiballi, kantiballi en iron Mary (Br.Guy.); gris gris, anaoura en couƩpi (Fr.Guy.)
Techn. gegevens:Kernhout geel of grijsachtig bruin, vaak met iets rose tint, enigzins nadonkerend; spint iets lichter van kleur of nauwelijk van het kernhout te onderscheiden. Kwepie is iets geler van tint dan anaura.
Glans gering tot matig; nerf matig fijn tot matig grof; draad recht, soms licht kruisdradig; sterk met een geringe splijt en afschuifsterkte; hard tot tamelijk hard; vrij bros tot matig taai. Weinig tot matig duurzaam speciaal tegen schimmelaantasting; maar anaura is te impregneren. Bevat veel kiezel; bestand tegen paalworm.
Vrij sterke tot matige krimp; werkt vrij sterk tot matig; trekt en scheurt vrij gering tot matig. Bij voorzichtig drogen zullen geen ernstige moeilijkheden optreden. Moeilijk te bewerken door de hardheid en gewoonlijk hoge kiezelgehalte. Gewoonlijk wel glad af te werken. Moeilijk te spijkeren en daarbij neiging tot splijten.
Gebruik:Zware constructies, zeeweringen en havenwerken (onverduurzaamd alleen onder water te gebruiken), boten, brandhout en houtskool.
Opmerking:De naam anaura dekt in Suriname hout van de meeste soorten van Licania, Couepia, Hirtella. Maar
L. apetala Fritsch heet kwepie; en de soorten
L. micrantha Miq.
L. ovalifolia Kleinhoonte
L. pachystachya Kleinhoonte
heten foengoe of vonkhout, welke laatste namen echter ook voor Parinari soorten gelden.
[pakket 68, maart 1979]

afdrukken        venster sluiten