Staal No. 0537:Rasamala
Botanische naam:Altingia excelsa Noronha
Familie:Hamamelidaceae
Nat. verspr. geb.:Burma, Thailand, Viet Nam, Cambodja, Laos, Maleisië, Indonesië
Herkomst monster:Indonesië
Vol. massa:680-900 kg/m3
Andere namen:pulasan, tulason, rasamalo, seludang, semalo, tjemara abang (cemara abang), tj.itam (c.itam), lamin, mandung, m.djatti, sigadundueng, mala
Algemeen:Rasamala is een houtsoort, die overal waar zij voorkomt, zeer gewaardeerd wordt om sterkte en duurzaamheid. Het spint en ook kernhout van jonge bomen wordt niet zelden, en hevig door termieten aangetast. Het kernhout van oude bomen is zeer duurzaam en goed bestand tegen de witte mieren.
Boomgegevens: Woudreus tot 58 m hoog en 150 cm dik, meestal 40 45 m hoog met diameters van 80 110 cm. De slanke kaarsrechte stam schiet loodrecht op en behoudt tot ca 25 à 30 m zijn dikte en verdeelt zich op deze hoogte in enkele grote takken en vormt aan de top een onregelmatige kroon. De benedenste zware takken lopen eerst horizontaal, waarna zij zich recht, volkomen vertikaal omhoog richten.
Techn. gegevens:Kernhout vleeskleurig of rood tot zwartbruin. Nerf fijn, voelt glad aan, vrij hard, matige glans, ruikt vrij zuur. De draad is recht tot zwak kruisdradig.
Het hout krimpt en trekt zeer sterk en vertoont bij het drogen vele vrij diepe windscheuren (hoewel voor bepaalde doeleinden niet erg hinderlijk), die in verband met het voorkomen van zwakke kruisdraad zeer typisch zijn. Dit vezelverloop is vaak de reden, dat balken en stijlen bij afwisselende vochtigheid min of meer sterk scheluw trekken. Het drogen verloopt zeer langzaam.
Gebruik:Huizen en bruggenbouw.
[pakket 69, maart 1980]

afdrukken        venster sluiten