Staal No. 0547:Kurai
Botanische naam:Trema orientalis (L.) Blume
Familie:Ulmaceae
Nat. verspr. geb.:India, Sri Lanka, Bangla desh, Thailand, China, Formosa, W. Maleisië, Indonesië, Australië
Herkomst monster:Indonesië
Vol. massa:384-481 kg/m3
Andere namen:charcoal tree of India, Indian nettle tree (Eng.)
Algemeen:Boomgegevens: In verschillende delen van ZO-Azië als schaduwboom voor de koffietuinen aangeplant. Snelgroeiende boom, soms tot 40 m hoog en 175 cm dik, doch meestal kleiner, in de lagere bergstreken 10 à 18 m hoog en 15 tot 45 cm dik, met rechte, volronde stam; kroon hoog aangezet en ijl. De taaie, sappige bast wordt ook voor bindwerk gebruikt; met de van de bast afkomstige bruine kleurstof worden de visnetten getaand.
Techn. gegevens:Het hout is licht, weinig duurzaam; gemengd met andere boomsoorten gebruikt als brandhout. Voor de vervaardiging van buskruit wordt het als houtskool gebrand.
Gebruik:Lucifers, theekisten.
Opmerking:Volksnamen :uraziro enoki (Japan);
mukuennoki (Formosa);
paw fan, pan kêk, paw téng (Thailand);
badn namu, kovail, tugla, param, jiban, jupong, phakram, jigini, sopang, sempak, ampak, opang, jhunjun, jahwar, kokoara, rukni, rarunga, grui, ranambada, kapashi, gol, kargol, gada melli, gorklu, mini, mudalei, womé, ola, ama, pottama, ambarki, ayali, gedumba, satsha (India);
bendarong, menarong, mendarong, mengkirai, narong, n.jatan, n.paya (Maleisië);
bengkiré, bongkareyon, mangkirai, kemirai, mengkirai, samé, kuray, anggrung, deehong, intil, tayapu, samaki, mumusut, mawal, ruhu, rufu, luwi (Indonesië);
[pakket 70, oktober 1980]

afdrukken        venster sluiten