Staal No. 0555:Balam (Ned.)
Botanische naam:Palaquium sp.div.
Familie:Sapotaceae
Nat. verspr. geb.:Azië
Herkomst monster:Papua Nieuw Guinea
Vol. massa:450-780 kg/m3
Andere namen:pencil cedar (PNG); njato(h) (Indonesië); nyatoh (Maleisië);
Algemeen:Boomgegevens: Deze soorten groeien in allerlei typen laagland, bossen en veenmoeras. Vrij kleine tot grote bomen, takvrij stamstuk tot ± 25 m, diameter ± 1 m, gewoonlijk recht en cilindrisch, met hoog opgaande wortellijsten, niet bij alle soorten. Schors vrij ruw, donkergrijs of grijs met witte vlekken, diepe verticale groeven, zeer weinig afschilferend in langwerpige platen, sommige soorten vrij gladde schors. De levende bast is tamelijk zacht, lichtrood van kleur en scheidt veel wit melksap af. Enkele Palaquium- en Payena- soorten leveren guttapercha.
Techn. gegevens:Spint ± 10 cm breed, lichtrose, geelachtig of lichtbruin grijs duidelijk afstekend tegen het lichtrode, licht bruinrode of grijsachtige roodbruine kernhout. Glans duidelijk tot fraai, draad recht, soms wat kruisdradig of licht golvend, nerf matig grof tot matig fijn. Het hout is vrij zacht matig hard, licht tot vrij zwaar, sterk tot matig sterk, duurzaamheidsklasse IV.
Drogen geeft weinig moeilijkheden, werkt heel weinig; goed te bewerken en af te werken. Zeer moeilijk te impregneren. Trekhout en ingesloten bastweefsels komt wel eens voor.
Gebruik:Licht constructiewerk, planken, kisten en kratten, vloeren, deur en raamkozijnen, meubels, fineer en triplex. De toepassingen zijn afhankelijk van de uiteenlopende volumieke massa.
Opmerking:Zie ook staal No. 379 en No. 558. Dit hout komt van vele soorten Palaquium uit India, Bangla Desch, Burma, Philippijnen, Maleisië, Indonesië, Irian Jaya en Papua Nw.Guinea Ook verschillende Burckella-, Madhuca- en Payena-spp. leveren soortgelijk hout.
Volksnamen:njatuh, nato, suntai, kentiau, majang (Ind.);
nato, natoh, enz. (Phil.);
deiwò, sowkwa, kemanah, u u, enz. (Irian Jaya)
[pakket 71, juni 1981]

afdrukken        venster sluiten