Staal No. 0558:?
Botanische naam:Palaquium ridleyi King & Gamble
Familie:Sapotaceae
Nat. verspr. geb.:Sumatra, W. Maleisië, Bangka
Herkomst monster:Indonesië
Vol. massa:kg/m3
Andere namen::balam rambi, b.seninai, b.tenginai, belian, bitis, kepingia, kurut, pitis (Indonesië)
Algemeen:Volgens Endert (Tectona 1925) behoort het tot de beste soorten van dit geslacht. (Zie ook Palaquium spp. staal 379 en 555 en algemene informatiekaart Palaquium en Payena).
Boomgegevens: Boom, 20 à 30 m hoog en 50 cm dik, op Sumatra, W-Maleisië en Bangka verstrooid groeiend in de benedenlanden zowel op droog als op moerassig of periodiek onderlopend terrein. De stam is recht, met kleine wortellijsten en met zeer hoog aangezette kroon.
Techn. gegevens:Het hout is donkerbruin, matig grof van nerf, in het algemeen recht van draad, soms kruisdradig; hard, vrij zwaar, sterk, duurzaam.
Gebruik:Balken, stijlen, ook voor sirappen (singels), NIET voor planken.
Opmerking:INFORMATIEKAART Palaquium & Payena
Palaquium is een vrij uitgebreid boomgeslacht van de familie Sapotaceae verbreid van India tot de Pacific.
- P.burckii H.J.Lam, soentai (Mal.) is een hoge boom met steltwortels uit de veenmoerasbossen van Sumatra en Borneo, waarvan het vrij zware, matig duurzame, lichtrode hout veelvuldig wordt gebruikt voor planken en licht constructiehout onder dak. Het is een belangrijke handelshoutsoort van Singapore. De vetrijke zaden worden door de bevolking wel ingezameld en voor de bereiding van plantenvet naar Singapore uitgevoerd.
- P.gutta (Hook.f.) Baill., volksnamen onzeker, is de echte guttapercha-boom, een nagenoeg uitgeroeide boomsoort uit de laaglandregenbossen van Sumatra en Borneo, die vooral bekend is om zijn guttahoudend melksap. Deze boomsoort wordt door de Gouvernements landbouwbedrijven bij Tjipetir op Java aangeplant, waarbij de gutta uit het blad wordt gewonnen.
- P.javense Burck [nu P.amboinense Burck], njatoh (Java), is een boomsoort uit de laaglandmoessonbossen van Java, die soms wel voor herbebossingen is gebruikt. Het hout is gelijkwaardig aan dat van P.burckii.
P.leiocarpum Boerl., hangkang (Borneo), een boomsoort uit de laaglandregenbossen van Borneo, is vooral bekend geworden door de uit zijn melksap te winnen harsachtige gutta, de getah hangkang, die in de kauwgumindustrie toepassing vindt. Deze soort heeft evenals de P.gutta een roestkleurige onderzijde der bladeren; deze bevatten echter in tegenstelling met die soort geen gutta in de bladeren.
P.walsurifolium Pierre ex Dubard, balam (Mal.) is een hoge boom met steltwortels uit de veenmoerasbossen van Sumatra en Borneo. De vetrijke zaden van deze soort worden evenals die van P.burckii door de bevolking ingezameld en voor de bereiding van plantenvet naar Singapore uitgevoerd. Ook het hout is gelijkwaardig aan dat van P.burckii.

Payena is een geslacht van de familie Sapotaceae, dat verbreid is van Achter Indië tot Nw. Guinea.
P.leerii (Teijsm. & Binn.) Kurz is wel de bekendste soort, omdat zij een gutta percha levert die slechts iets minder waard is dan die van Palaquium gutta. Het is een middelmatig hoge boom uit het laagland regenbos van Sumatra en Borneo. De inheemse naam is balam beringin. Het hout is evenals dat der andere Payena soorten vrij zwaar en hard, lichtbruin van kleur, matig duurzaam en voor huizenbouw onder dak geschikt.
[ deze "informatiekaart" is enig in zijn soort?
hoort bij 379, 555 en 558, uitgegeven in 1981 ? ]

[pakket 72, april 1981]

afdrukken        venster sluiten