Staal No. 0062:Western Redcedar
Botanische naam:Thuja plicata D.Don
Familie:Cupressaceae
Nat. verspr. geb.:Westelijk N.Amerika
Herkomst monster:Amerika
Vol. massa:300-450 kg/m3
Algemeen:Western redcedar is afkomstig van een zeer grote boom (tot 60 m hoog met 2┬Ż m middellijn). De kleine bomen leveren telegraaf , telefoon-, en heiningpalen.
Techn. gegevens:Het hout is rose of roodachtig bruin tot dofbruin van kleur met matig wijde groeiringen en kleine paarsbruine kwasten. Het heeft een typische welriekende geur en is duurzaam. Het hout is zeer licht en zacht, middelmatig tot grof van structuur, rechtdradig.
Gemakkelijk te bewerken en te splijten, werkt bijna niet, maar is niet sterk. Het wordt dan ook voor doeleinden gebruikt waar het niet zozeer op sterkte, maar voornamelijk op duurzaamheid aankomt.
In Amerika wordt 2/3 van het gevelde hout tot plankjes voor dakbedekking [en muren !], zogenaamde shingles, omgewerkt; het levert 95 % van alle benodigde shingles in de U.S.A. Voor balkconstructies en vloeren e.d. is het niet geschikt, het is te zacht en heeft te weinig draagkracht.

Gebruik:Het is geschikt voor binnenwerk, meubelwerk en licht timmerwerk. Voor balkconstructies is het niet geschikt en ook niet voor vloeren. Het is te zacht en kan niet de draagbelasting verdragen die wij aan het grenen stellen.
Opmerking:In Amerika voor shingles en verder voor betimmeringen, tanks, boten, houten zuilen en broeikassen, kisten en kratten.
Hier te lande gebruikt men het voor blindhout van meubels en licht timmerwerk en ook wel voor de kern van meubelplaat. Indien "rift" gezaagd kan het echter ook voor vloeren dienen. Veel van het na de oorlog geïmporteerde hout was aangetast door rot of schimmel.
[pakket 12, begin 1948]

afdrukken        venster sluiten